Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Tilburg,
2.Uitgangspunten en feiten
,aanhef en onder f, Wvggz bij de klachtencommissie een klacht ingediend. Die klacht houdt, naar de rechtbank in rov. 4.2 van haar beschikking heeft vastgesteld, onder meer in dat de psychiater niet had mogen overgaan tot verplichte toediening van medicatie, omdat betrokkene wilsbekwaam was en zich daartegen had verzet, en in dit geval geen sprake was van een acuut levensgevaar voor hemzelf dan wel ernstig nadeel voor een ander. Subsidiair klaagt betrokkene dat is gehandeld in strijd met de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Voorts houdt de klacht in dat betrokkene in strijd met art. 8:9 lid 3 Wvggz Pro niet tijdig een afschrift van de hiervoor onder (iii) bedoelde beslissing heeft ontvangen.
3.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.Beoordeling van het middel
Art. 8:9 Wvggz Pro en de algemene uitgangspunten van hoofdstuk 2 Wvggz
5.Beslissing
18 december 2020.