Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
De rechtbank leest in deze klacht van belanghebbende dat hij vindt dat verweerder niet zorgvuldig heeft gehandeld. Het is waar dat verweerder uit de stukken in de Poolse taal niet altijd alle juiste informatie heeft gefilterd. Zo zag verweerder op de tankbonnen aanvankelijk niet het kenteken staan en werd bij de vennootschapsgegevens een verkeerde naam genoemd. Toch leidt dit niet tot de conclusie dat verweerder onzorgvuldig of onwelwillend is geweest. Eiser heeft Poolse stukken (aanvankelijk) zonder vertaling ingediend of soms met een ‘google-vertaling’. Verweerder is echter steeds bereid geweest om naar nieuwe stukken te kijken, ook al waren ze in het Pools of enigszins gebrekkig (vertaald), en heeft daarop inhoudelijk gereageerd. Daarbij heeft verweerder laten weten waarom iets niet als afdoende tegenbewijs werd beschouwd. Ook wanneer duidelijk werd dat er sprake was van een verkeerde conclusie heeft verweerder die terstond herzien. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding in het door eiser aangevoerde of in de stukken voor de gevolgtrekking dat door verweerder onzorgvuldig is gehandeld.
De rechtbank laat hetgeen verklaard is over de situatie op de dag van de constatering van het weggebruik buiten deze beoordeling, aangezien eiser op de zitting heeft bevestigd dat hij het beschikken over de auto op deze dag en in de direct aan 6 augustus 2020 voorafgaande periode vanaf februari 2020 waarin mevrouw [naam 4] in Nederland was en van de via [bedrijf 3] geleasete auto gebruikmaakte, niet langer bestrijdt.
De stelling dat [naam 4] de auto ter beschikking had sluit niet uit dat eiser ook de beschikking had over de auto. Op de zitting heeft eiser verklaard dat zij een kennis van hem is en ook dat hij haar op de controledag in de auto naar de ambassade reed. Een auto kan aan twee of meer personen tegelijkertijd feitelijk ter beschikking staan (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:991, r.o. 4.3.2) en dus leidt deze stelling niet (zonder meer) tot het aannemelijk achten dat de auto eiser in deze periode niet feitelijk ter beschikking stond. Ook met de tankbonnen heeft eiser dat naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt. Uit deze bonnen blijkt dat in een periode van iets meer dan één maand drie maal voor ongeveer € 55 euro in Polen is getankt. Uit deze stukken maakt de rechtbank op dat de auto in de onderhavige periode drie maal in Polen is geweest. Dit sluit echter niet uit dat de auto zich eveneens regelmatig in Nederland heeft bevonden en aan eiser ter beschikking stond. Hierbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat eiser mede-eigenaar en consultant was van een internationaal transportbedrijf [bedrijf 1] .
Boete
De rechtbank ziet in het dossier dat eiser inderdaad niet is gehoord. In een zaak zoals deze met een berekeningsvoorschrift en een bewijsvermoeden voor de belastinggrondslag en een fikse boete tot het wettelijk maximum, had verweerder daar alert op moeten zijn en had overeenkomstig de regels eiser daartoe in de gelegenheid moeten stellen. Dat dit niet is gebeurd, heeft partijen de kans ontnomen om de stukken te doen vertalen en geleverd bewijs op inhoud en waarde door te spreken met elkaar. Dit heeft ertoe geleid dat sommige feiten pas op de zitting bij de rechtbank aan de orde zijn gesteld en zijn besproken en dat de zaak dus niet optimaal is voorbereid in de bezwaarfase. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de boete te matigen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de boete betreft;
- vermindert de aan eiser opgelegde verzuimboete tot € 2.850;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser voor een bedrag van € 837;