Eisers hebben bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland een Wob-verzoek ingediend voor documenten met betrekking tot Tata Steel en het mandaat van de Omgevingsdienst. Verweerder heeft dit verzoek deels ingewilligd maar de openbaarmaking van een aantal documenten geweigerd op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob, omdat deze documenten persoonlijke beleidsopvattingen bevatten die zijn opgesteld voor intern beraad.
De rechtbank heeft de vertrouwelijke documenten ingezien en vastgesteld dat het gaat om e-mails, memo’s en nota’s tussen ambtenaren en bestuurders die bedoeld zijn voor intern beraad en het vormen van standpunten. De passages die zijn weggelakt bevatten persoonlijke beleidsopvattingen die nauw verweven zijn met feitelijke gegevens, waardoor scheiding niet mogelijk is.
Eisers betoogden dat de motivering van verweerder onvoldoende concreet was en dat de informatie in geanonimiseerde vorm verstrekt had kunnen worden. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder terecht heeft geweigerd omdat openbaarmaking ook in geanonimiseerde vorm ambtenaren kan remmen in hun openhartige communicatie en een vertekend beeld kan geven.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en bevestigt dat de bescherming van openhartige interne communicatie en een zorgvuldige besluitvorming zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking in deze zaak. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.