Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de minister van Infrastructuur en Waterstaat,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sportuit Den Haag (derde-partij).
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft een Wob-verzoek ingediend voor documenten over de totstandkoming van het rapport 'Staat van Schiphol 2019'. Verweerder heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd op grond van vertrouwelijkheid en bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen.
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht vertrouwelijkheid heeft gewaarborgd voor reacties van derden en persoonlijke beleidsopvattingen, mede vanwege het belang van een zorgvuldige en effectieve besluitvorming. Ook de weigering tot openbaarmaking van milieu-informatie in conceptdocumenten wordt gerechtvaardigd geacht. Het belang van openbaarheid wordt afgewogen tegen legitieme belangen van bescherming van vertrouwelijke informatie en beleidsopvattingen.
De rechtbank bevestigt dat verweerder de weigering op juiste gronden baseert en dat het belang van openbaarmaking niet zwaarder weegt dan het belang van vertrouwelijkheid en goede bestuursvoering. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van openbaarmaking is ongegrond; het bestreden besluit blijft in stand.