De man verzocht de rechtbank om de eerder vastgestelde voorlopige partnerbijdrage te verlagen naar nihil en om terugbetaling van reeds betaalde bedragen na 29 november 2022. Hij stelde dat de rechtbank bij de draagkrachtberekening onjuiste en onvolledige gegevens had gebruikt, waardoor hij feitelijk niet in staat zou zijn de bijdrage te voldoen.
De vrouw verzocht zelfstandig om verhoging van de partnerbijdrage naar €14.635 bruto per maand, onderbouwd met een accountantsadvies over het inkomen van de man. Tijdens de zitting trok zij deze onderbouwing echter in, waarna de rechtbank dit buiten beschouwing liet.
De rechtbank verwees naar de bodemprocedure waarin de partnerbijdrage op €5.573 bruto per maand was vastgesteld, gebaseerd op een berekening van de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man. Gezien deze eerdere beoordeling en het ontbreken van nieuwe, overtuigende gegevens wees de rechtbank het verzoek van de man af.
Het verzoek van de vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het intrekken van haar onderbouwing en het ontbreken van voldoende bewijs. De beschikking is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.