Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2023 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid), de Staat
Inleiding
Totstandkoming van de besluitenVoorgeschiedenis
€ 139.243,65 bruto teruggevorderd. Volgens verweerder zijn er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
Rechtmatigheid onderzoek
Eiser had echter op [datum] 2016, de datum van overlijden van zijn vader, nog niet de beschikking over voornoemd bedrag. Verweerder is gelet hierop ten onrechte per die datum tot intrekking van de bijstand overgegaan. In zoverre berust het bestreden besluit 1 op een onjuiste grondslag [3] .
Intrekking van de bijstand als gevolg van schending inlichtingenverplichting
Januari 2012 tot en met 22 augustus 2019
De door eiser wel overgelegde informatie acht de rechtbank onvoldoende. Informatie met betrekking tot de handel via Catawiki over de jaren 2014 tot en met 2016 ontbreekt in zijn geheel. De door eiser overgelegde bankafschriften geven ook geen voldoende compleet beeld.
Verder betreft de informatie ten aanzien van de beleggingsactiviteiten van eiser via het beleggingsplatform ‘Plus 500’ enkel de periode van 29 januari 2015 tot en met 20 februari 2015. Over de deelname in beleggingsfondsen is verder helemaal geen informatie gegeven. Deze omstandigheden komen voor eisers risico.
Terugvordering
€ 500,00 per half jaar of gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn in de procedure als geheel is overschreden.
€ 1.500,00.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1, voor zover daarbij de intrekking van de bijstand over de jaren 2010 en 2011 stand heeft gehouden;
- herroept het primaire besluit 1, voor zover daarbij het recht op bijstand is ingetrokken over de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit 1;
- vernietigt het bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser gericht tegen het primaire besluit 2 te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de door eiser in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten van in totaal € 3.737,20;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van in totaal € 97,00 te vergoeden;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eiser van schade tot een bedrag van € 1.500,00;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50.