ECLI:NL:CRVB:2011:BT5852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden als chauffeur schoolbus
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verrichtte werkzaamheden als chauffeur van een schoolbus, waarvoor hij geen inkomsten zou hebben ontvangen. Het College trok de bijstand in vanwege schending van de inlichtingenverplichting en vorderde de kosten van de bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het ging om vrijwilligerswerk zonder inkomsten en dat hij zijn werkzaamheden had beëindigd per 1 november 2007. De Raad oordeelde dat het werk op geld waardeerbaar was, omdat ouders betaalden voor het vervoer en appellant meerdere ritten per schooldag maakte. De schending van de inlichtingenverplichting rechtvaardigde intrekking, tenzij het recht op bijstand nauwkeurig kon worden vastgesteld.
De Raad stelde vast dat appellant tot 1 december 2007 werkzaamheden had verricht, met een onderbreking van zes weken in de zomervakantie. De verklaring dat appellant geen inkomsten ontving werd niet aannemelijk geacht. Het College had daarom de bijstand moeten herzien door de toepasselijke normen te verminderen met de helft van het netto minimumloon over juni tot en met november 2007, met uitzondering van de zomervakantie. De Raad vernietigde het bestreden besluit, herroept de intrekking en beëindiging van de bijstand en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en de bijstand wordt herzien met aftrek van de helft van het netto minimumloon over juni tot en met november 2007, met uitzondering van de zomervakantie.