De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 april 2023 uitspraak gedaan in meerdere bestuursrechtelijke zaken betreffende de omzettingsvergunningen voor het omzetten van zelfstandige woningen in onzelfstandige woonruimten in de gemeente Zaanstad.
Eiser, eigenaar van diverse woningen, had beroep ingesteld tegen verleende en geweigerde omzettingsvergunningen. De kern van het geschil betrof de vraag of het omzettingsvergunningstelsel in de Huisvestingsverordening rechtsgeldig was ingevoerd. De rechtbank oordeelde dat hoewel de gemeenteraad voldoende had onderbouwd dat er sprake is van schaarste aan woonruimte, zij niet had aangetoond dat er onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van die schaarste zijn die het vergunningstelsel rechtvaardigen.
De rechtbank liet de bepalingen over het omzettingsvergunningstelsel buiten toepassing en vernietigde de bestreden besluiten. Verweerder kon daarom geen vergunningplicht tegen eiser inroepen. De primaire besluiten werden herroepen en de vergunningen geweigerd vanwege het ontbreken van een vergunningplicht. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen onderbouwing door de gemeenteraad bij het invoeren van vergunningplichten op grond van de Huisvestingswet 2014 en bevestigt dat een vergunningplicht slechts kan worden ingesteld indien er sprake is van zowel schaarste als onevenwichtige en onrechtvaardige effecten daarvan.