De rechtbank Noord-Holland heeft in meervoudige zaken geoordeeld over vergunningen en weigeringen voor het omzetten van zelfstandige woningen in onzelfstandige woonruimten (kamers) in de gemeente Zaanstad. Eisers stelden dat het omzettingsvergunningstelsel in de Huisvestingsverordening onverbindend verklaard moest worden of buiten toepassing gelaten moest worden. De rechtbank concludeert dat hoewel de gemeenteraad de schaarste aan woonruimte voldoende heeft onderbouwd, zij niet heeft aangetoond dat er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten die het vergunningstelsel rechtvaardigen.
De rechtbank baseert zich op het Rigo-rapport dat de schaarste bevestigt, maar constateert dat de omvang en effecten van verkamering onvoldoende zijn onderzocht en onderbouwd. Hierdoor is het omzettingsvergunningstelsel niet noodzakelijk en geschikt om de geconstateerde effecten te bestrijden. De vergunningplicht wordt daarom buiten toepassing gelaten, waardoor de verleende vergunningen op onrechtmatige gronden zijn verleend en de geweigerde vergunning onterecht is geweigerd.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten, herroept de primaire besluiten, weigert de omzettingsvergunningen vanwege het ontbreken van een vergunningplicht en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tevens wordt een vergoeding van reis- en verblijfkosten toegekend aan een eiser. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 18 april 2023.