Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
[eiser 2]
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers vorderden op grond van artikel 843a Rv dat de vervoerder hen binnen 14 dagen het annuleringsbericht van hun vlucht en bewijs van de afzender zou overleggen. De hoofdzaak betreft de vraag of de passagiers zelf de vlucht hebben geannuleerd of dat de vervoerder dit heeft gedaan, wat gevolgen heeft voor restitutie van ticketkosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde dat de passagiers zelf de vlucht hebben geannuleerd en dat hij alleen een overzicht uit het computerreserveringssysteem kon overleggen. De passagiers konden niet voldoende onderbouwen dat het gevraagde annuleringsbericht daadwerkelijk bestaat, bijvoorbeeld met een verklaring van een reisagent.
De kantonrechter oordeelde dat aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 843a Rv is voldaan, behalve dat onvoldoende aanwijzingen zijn dat het gevraagde document bestaat. Daarom werd het verzoek afgewezen. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden in afwachting van de hoofdzaak. De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot inzage in het annuleringsbericht wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van het document.