ECLI:NL:HR:2012:BW9244
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opzegging arbeidsovereenkomst wegens interne misstanden bij bank niet gerechtvaardigd
De werknemer was in dienst bij een bank en beëindigde zijn arbeidsovereenkomst per direct wegens vermeende interne misstanden binnen de bank, waarbij hij vertrouwelijke informatie aan een cliënt doorspeelde. De kantonrechter en het hof oordeelden dat de werknemer zich niet als goed werknemer had gedragen en dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. De werknemer stelde dat zijn handelen gerechtvaardigd was op grond van wet- en regelgeving en interne gedragscodes, en dat hij als klokkenluider bescherming verdiende.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de werknemer niet gerechtvaardigd zou zijn geweest in het doorspelen van vertrouwelijke informatie aan de cliënt, mede gezien de interne regels die het belang van de cliënt boven dat van de organisatie stellen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de werknemer eerst de werkgever had moeten waarschuwen voordat hij het dienstverband beëindigde.
Daarnaast gaf de Hoge Raad aan dat de werknemer recht heeft op inzage in correspondentie tussen de bank en de toezichthouder (AFM) over de gemelde misstanden, omdat deze stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de werknemer partij is. De zaak wordt nu inhoudelijk opnieuw beoordeeld door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor verdere behandeling over ontslag op staande voet en rechtmatigheid handelen werknemer.