ECLI:NL:RBNHO:2023:3698

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
10259188 \ CV EXPL 22-7523
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v lid 6 BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 3:39 BWArt. 7:7 lid 2 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring overeenkomst wegens niet-naleving digitale aanvaardingsvereisten

In deze civiele zaak tussen Innova Energie B.V. en een consument oordeelt de kantonrechter dat de overeenkomst nietig is op grond van artikel 3:39 BW Pro. De eisende partij stelde dat de consument het aanbod digitaal had aanvaard via een knop, maar kon dit niet met bewijs zoals printscreens onderbouwen. De enkele verwijzing naar een IP-adres volstaat niet als bewijs van aanvaarding.

De kantonrechter concludeert dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 6:230v lid 6 BW, waardoor de overeenkomst nietig is. Hierdoor hoeft niet te worden beoordeeld of aan de (pre)contractuele informatieplichten volgens artikelen 6:230m en 6:230v lid 7 BW is voldaan.

De subsidiaire vorderingen op grond van onverschuldigde betaling worden ook afgewezen, omdat de consument op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro niet verplicht is te betalen voor ongevraagd geleverde energie. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd omdat zij in het ongelijk is gesteld.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens nietigheid van de overeenkomst en proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10259188 \ CV EXPL 22-7523
Uitspraakdatum: 5 april 2023 (bij vervroeging)
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Innova Energie B.V.
gevestigd te Delft
de eisende partij
gemachtigde: B.E.J. Caminada
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Bij tussenvonnis van 25 januari 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld een nadere, met stukken onderbouwde toelichting te geven over de wijze waarop zij meent te hebben voldaan aan artikel 6:230v lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij akte van 22 maart 2023 heeft de eisende partij zich hierover uitgelaten.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding daarop terug te komen.
2.2.
In de akte heeft de eisende partij gesteld dat de consument, na telefonisch akkoord te zijn gegaan, digitaal een knop met “aanbod aanvaarden” te zien krijgt. Door die knop in te drukken aanvaardt de consument het aanbod digitaal. Van die knop kan de eisende partij geen printscreens overleggen, maar volgens haar blijkt uit pagina drie van de overeenkomst dat de gedaagde partij het aanbod heeft aanvaard vanaf het IP-adres 85.146.177.105.
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de stellingen van de eisende partij en de overgelegde producties (nog steeds) niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 6 BW. De enkele stelling dat het aanbod is aanvaard vanaf een bepaald IP-adres is daartoe onvoldoende. Het lag op de weg van de eisende partij om aan te tonen dat, zoals zij heeft gesteld, de overeenkomst tot stand is gekomen door middel van het door de consument aanklikken van de aanvaardingsbutton.
2.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de overeenkomst op grond van artikel 3:39 BW Pro nietig is, zodat de vordering moet worden afgewezen. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de eisende partij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v lid 7 BW.
2.5.
De subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen (die beide zijn gebaseerd op onverschuldigde betaling) zullen eveneens worden afgewezen. Nietigheid van de overeenkomst brengt namelijk mee dat de eisende partij ongevraagd energie heeft geleverd. In dat geval bestaat op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro geen betalingsverplichting voor een consument.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter