Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 22 maart 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; de gemachtigde van betrokkene was afwezig.
De officier van justitie had de boete vernietigd en een proceskostenvergoeding van €600,75 toegekend. Het beroepschrift richtte zich uitsluitend op de hoogte van deze vergoeding. De kantonrechter behandelde het beroep als een verzoek op grond van artikel 13a WAHV en stelde vast dat de proceskostenvergoeding te laag was vastgesteld.
Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de vergoeding verhoogd naar €657,00, waarbij een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast vanwege de lichte aard van de zaak. De kantonrechter vernietigde de eerdere beslissing over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de officier van justitie tot betaling van het hogere bedrag aan betrokkene, uit te betalen via het CJIB. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding is gegrond verklaard en de vergoeding is verhoogd naar €657,00.