ECLI:NL:RBNHO:2023:4247
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwoning als waren zij gehuwd
Partijen waren gehuwd en gescheiden waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde. De man vorderde beëindiging van zijn onderhoudsverplichting op grond van artikel 1:160 BW Pro wegens samenwoning van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd. Hij liet een recherchebureau onderzoek doen dat samenwoning bevestigde.
De vrouw betwistte dat sprake was van duurzame samenwoning en stelde dat haar verblijf bij de ander tijdelijk was en geen gemeenschappelijke huishouding bestond. De rechtbank oordeelde dat de man voldoende bewijs had geleverd dat de vrouw vanaf 4 april 2022 samenwoonde met de ander als waren zij gehuwd, met een duurzame affectieve relatie, gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging.
De rechtbank wees het primaire verzoek van de man toe, verklaarde de onderhoudsverplichting beëindigd per 4 april 2022, en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van de onverschuldigde alimentatie vanaf die datum tot 1 oktober 2022. Tevens werden de kosten van het rechercheonderzoek aan de vrouw opgelegd. Het bewijsaanbod van de vrouw werd gepasseerd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw eindigt per 4 april 2022 wegens samenwoning als waren zij gehuwd, met terugbetaling van onverschuldigde alimentatie en betaling van recherchekosten door de vrouw.