ECLI:NL:RBNHO:2023:5309
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling borgstelling na faillissement ondanks beroep op dwaling en zorgplicht
De zaak betreft een borgtochtovereenkomst tussen de Rabobank en een ondernemer die zich borg stelde voor een financiering van €795.000,- aan zijn holding. Na het faillissement van de holding vorderde de Rabobank het maximale borgstellingsbedrag van €250.000,-.
De gedaagde stelde dat de borgstelling onder invloed van dwaling tot stand was gekomen en dat de Rabobank haar bijzondere zorgplicht had geschonden, waardoor de borgtochtovereenkomst vernietigd moest worden en/of schadevergoeding moest worden toegekend. Tevens voerde hij rechtsverwerking aan vanwege het late starten van de procedure door de bank.
De rechtbank verwierp het beroep op rechtsverwerking omdat enkel tijdsverloop en sommatiebrieven onvoldoende waren. Ook oordeelde de rechtbank dat de borg bekend was met de risico's en financiële positie, mede door eigen financieringsaanvraag en adviseur, zodat geen sprake was van dwaling of schending van zorgplicht. De vorderingen van de Rabobank werden daarom toegewezen en de tegenvorderingen van de borg afgewezen.
De borg werd veroordeeld tot betaling van €250.000,- plus wettelijke rente vanaf 1 februari 2018 en tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De borg wordt veroordeeld tot betaling van €250.000,- plus wettelijke rente aan de Rabobank.