Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres]
- de wijziging van eis.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres en gedaagde waren voormalige vriendinnen waarbij eiseres een paard aan gedaagde verkocht onder de voorwaarde dat het paard bij eiseres op stal zou blijven tot het veulen was afgestaan. Gedaagde betaalde de koopsom maar nam het paard weg uit de stal van eiseres en weigerde het terug te plaatsen. Het veulen is inmiddels geboren en bevindt zich niet bij eiseres.
Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde het paard en het veulen binnen 72 uur aan haar afstaat, met een dwangsom bij niet-nakoming, en dat het paard uiterlijk vier maanden na de geboorte van het veulen aan gedaagde wordt teruggegeven. Gedaagde erkent het eigendom van het veulen maar weigert het paard terug te plaatsen vanwege vermeende slechte stalomstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat het beding geldig is, ook zonder ondertekening, gelet op de e-mail, factuur en Facebookbericht. Gedaagde heeft de verplichting tot nakoming geschonden door het paard niet tijdig terug te plaatsen. Het belang van eiseres bij spoedige afgifte is groot vanwege de verzorging van het veulen. Het verweer over stalomstandigheden wordt onvoldoende onderbouwd geacht.
De vordering wordt toegewezen met een termijn van 72 uur voor afgifte, een dwangsom van €250 per dag tot €25.000 en een teruglevering van het paard op 12 september 2023. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.140,86. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van paard en veulen binnen 72 uur en teruglevering van het paard uiterlijk vier maanden na de geboorte van het veulen.