De passagier sloot een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Marokko die werd geannuleerd. Na de annulering vorderde de passagier terugbetaling van het vliegticket, welke pas vier maanden na dagvaarding werd voldaan.
De passagier vorderde naast terugbetaling ook de dagvaardingskosten, buitengerechtelijke incassokosten en overige proceskosten. De vervoerder erkende alleen de dagvaardingskosten ter hoogte van € 103,33.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat de vervoerder een kantoor in Nederland heeft, waardoor internationale dagvaarding niet juist was toegepast. De kosten voor vertaling en verzending van de dagvaarding werden afgewezen.
Verder werden de griffierechten afgewezen omdat de vervoerder tijdig betaalde en de passagier naliet dit te controleren. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van meerwerk dan een enkele aanmaning.
De proceskosten werden toegewezen tot het bedrag van de dagvaardingskosten met wettelijke rente, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.