ECLI:NL:RBNHO:2023:5771
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring veiligheidsmachtigingsniveau B wegens verhoogd veiligheidsrisico door nauwe banden met Rusland
Eiser, werkzaam bij het ministerie van Defensie, kreeg in 2010 een verklaring op veiligheidsmachtigingsniveau B (VMN B). Vanwege een toegenomen veiligheidsrisico vanuit Rusland, mede door zijn nauwe banden met dat land (studie, promotie, familie), trok verweerder de verklaring in 2021 in. Eiser voerde aan dat er geen concrete belastende informatie tegen hem was en dat hij alert is op mogelijke beïnvloeding.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot intrekking van de verklaring op VMN B redelijk is genomen. Hoewel er geen wijziging in de persoonlijke omstandigheden van eiser is, is de geopolitieke situatie veranderd met een verhoogde spionagedreiging vanuit Rusland. Dit in combinatie met eisers persoonlijke profiel leidt tot onvoldoende waarborgen dat hij zijn vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden getrouw zal vervullen.
Eiser stelde ook dat het besluit onbevoegd was genomen en dat het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel werden geschonden. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat het mandaat voor besluitvorming correct was en het veiligheidsbelang zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser. Tevens is eiser een aangepaste verklaring op VMN C verstrekt, waardoor hij zijn werkzaamheden kan voortzetten.
De rechtbank concludeert dat het veiligheidsrisico reëel en niet louter theoretisch is, dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de intrekking van de verklaring op VMN B gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring op veiligheidsmachtigingsniveau B wordt bevestigd wegens onvoldoende waarborgen door verhoogd veiligheidsrisico.