ECLI:NL:RBNHO:2023:6007
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tijdelijke omgevingsvergunning voor vaccinatielocatie op evenemententerrein
Eisers, wonend tegenover het evenemententerrein aan de Purmerenderweg in Purmerend, maakten bezwaar tegen de tijdelijke omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders had verleend aan de GGD voor het plaatsen van een tent als vaccinatielocatie. De vergunning was verleend voor anderhalf jaar vanwege de coronapandemie en de boostercampagne.
De rechtbank oordeelde dat eisers voldoende procesbelang hadden omdat zij hinder ondervonden van geluid, geur en visuele overlast. Het college had de vergunning verleend ondanks dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan, maar maakte daarbij gebruik van beleidsruimte om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. De rechtbank vond dat het college de belangen van eisers voldoende had meegewogen, onder meer door maatregelen te nemen tegen overlast zoals het verplaatsen van het aggregaat en het aanpassen van hekzeilen.
Hoewel de vergunning aanvankelijk voor anderhalf jaar was verleend, was het college in bezwaar gebleven omdat er toen nog onzekerheid bestond over een mogelijke najaarsvaccinatie en de pandemie nog niet definitief voorbij was. De rechtbank vond dit niet onredelijk. De overlast en veiligheidszorgen van eisers waren onvoldoende om de vergunning te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de vaccinatielocatie wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.