Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Tegenspraak
[adres] .
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten van 25 april en 26 mei 2023, beide opgesteld door [reclasseringswerker] verbonden aan Reclassering Nederland. De rapporten houden, onder meer, het volgende in:
De rechtbank betrekt in haar oordeel dat de voorlopige hechtenis van de verdachte langdurig onder een zwaar en intensief pakket aan bijzondere voorwaarden is geschorst. Gedurende een periode van ruim een jaar heeft de verdachte zich in het algemeen goed gehouden aan de voorwaarden, en zich gemotiveerd ingezet om zijn leven een positieve wending te geven. Ook is de verdachte sindsdien niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie.
Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat het feit bijna anderhalf geleden is gepleegd en het, zeker nu het gaat om een jeugdige verdachte, lang heeft geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat – anders dan in zaken waar de officier van justitie ter zitting naar heeft verwezen ter onderbouwing van de strafeis – de verdachte niet wordt verweten dat door de ontploffing zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar te duchten was. Voornoemde omstandigheden, in combinatie met het feit dat de verdachte geen relevant strafrechtelijk verleden heeft en ter zitting zijn spijt heeft betuigd jegens de slachtoffers, maken ook dat de rechtbank aanleiding ziet om een straf van kortere duur op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal, gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde feit en in lijn met de binnen de (jeugd)rechtspraak gehanteerde uitgangspunten, bepalen dat bij gebreke van betaling geen gijzeling kan worden toegepast.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
2 (twee) maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
150 (honderdvijftig) urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen jeugddetentie.
€ 1.963,77(zegge: duizend negenhonderd drieënzestig euro en zevenenzeventig eurocent), als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.963,77(zegge: duizend negenhonderd drieënzestig euro en zevenenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen.