Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Innova Energie B.V.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert Innova Energie betaling van een restantbedrag en opzegvergoeding van een energiecontract dat zij via een tussenpersoon met de consument heeft gesloten. De consument betwist de vordering en stelt dat hij slechts akkoord is gegaan met een contract van één jaar, terwijl Innova een contract van drie jaar aanvoert.
De kantonrechter toetst ambtshalve of aan het schriftelijkheidsvereiste bij telefonische colportage is voldaan, zoals voorgeschreven in artikel 6:230v lid 6 BW. Innova heeft een kopie van een belscript en een leverings-overeenkomst overgelegd, maar de cruciale 'aanvaarding button' ontbreekt, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de consument het aanbod schriftelijk heeft aanvaard.
Gezien het ontbreken van bewijs dat de consument schriftelijk akkoord is gegaan, wordt de overeenkomst op grond van artikel 3:39 BW Pro nietig verklaard. Hierdoor is er geen betalingsverplichting en worden ook de subsidiaire vorderingen afgewezen. De proceskosten worden aan Innova opgelegd omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De vordering van Innova Energie wordt afgewezen wegens niet-naleving van het schriftelijkheidsvereiste, waardoor de overeenkomst nietig is.