ECLI:NL:RBNHO:2023:7373
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Participatiewet-uitkering wegens twijfel over hoofdverblijf
Verzoeker ontving sinds oktober 2021 een uitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder startte een heronderzoek naar de feitelijke woonsituatie van verzoeker, waarbij werd vastgesteld dat het water-, gas- en stroomverbruik extreem laag was en de woning onbewoond leek. Verweerder trok de uitkering per 9 oktober 2021 in en beëindigde deze per 23 juni 2023. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het dossier en onderzoeksrapport te summier waren om het besluit te dragen. Er ontbraken onderliggende verbruiksgegevens, foto’s, bankafschriften en verklaringen van buurtbewoners. Ook was er geen onderzoek naar de gewijzigde leefsituatie van verzoeker na december 2022. Het huisbezoek en omgevingsonderzoek waren onvoldoende gemotiveerd en gedetailleerd.
Daarom werd geconcludeerd dat het besluit naar verwachting in bezwaar geen stand zal houden. De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en bepaalt dat de uitkering wordt hervat. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de intrekking van de uitkering en bepaalt dat de betalingen worden hervat tot zes weken na de beslissing op bezwaar.