ECLI:NL:RBNHO:2023:8124

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
18 augustus 2023
Zaaknummer
10406498 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens handelen in strijd met geslotenverklaring bij verhuisvergunning

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Betrokkene voerde aan dat hij tijdens de overtredingsperiode in het bezit was van een verhuisvergunning die geldig was tussen 27 mei 2022 en 25 juni 2022. Er werden drie boetes ontvangen in de verhuisperiode, maar de gemachtigde van betrokkene was van mening dat de verhuisvergunning aan de vereisten voldeed.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de boete gematigd moest worden naar nihil, verwijzend naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De kantonrechter volgde dit standpunt en matigde de boete tot nihil, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling had betaald, moest worden terugbetaald. De uitspraak werd gedaan op 12 mei 2023 door kantonrechter D.D.M. Hazeu tijdens een openbare zitting in Alkmaar.

Uitkomst: De boete is gematigd tot nihil en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10406498 \ WM VERZ 23-179
CJIB-nummer : 250469381
Uitspraakdatum : 12 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene wordt aangevoerd dat hij ten tijde van de gedraging in het bezit was van een verhuisvergunning voor de datum tussen 27 mei 2022 en 25 juni 2022. Er zijn 3 boetes ontvangen in de periode dat hij aan het verhuizen was. Gemachtigde van betrokkene was in de veronderstelling dat hij met de verhuisvergunning voldeed aan de vereisten.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de boete op grond van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [1] gematigd dient te worden naar nihil.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt dat de boete wordt gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:1663.