Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 1 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres] ., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- PME (Palm Methyl Ester): CFPP +/- +12 graden Celsius
- SME (Soy Methyl Ester): CFPP +/- - 4 graden Celsius
- RME (Rapeseed Methyl Ester): CFPP +/- -13 graden Celsius
- FAME (Fatty Acid Methyl Ester): CFPP is afhankelijk van de samenstellende biodiesels; in de administratie van eiseres komen FAME CFPP’s voor van -5, 0, +5 en +10 graden Celsius.
- UCOME (Used Cooking Oil Methyl Ester): CFPP is afhankelijk van de grondstof.
.
(…)
Het blenden / mengen van partijen vindt plaats in de tanks (alle tanks zijn met leidingen aan elkaar verbonden) of bij het laden van het schip. De lichtste vloeistof wordt als eerste aan boord gepompt, gevolgd door de zwaardere vloeistoffen. Het recept voor de blend wordt door een gespecialiseerd bedrijf ( [bedrijfsnaam 3] ) aangeleverd.
6. Papieren dossiers
geanonimiseerd door rechtbank]@ [bedrijfs-e-mailadres] ), gelieerd aan eiseres, aan [de entrepothouder] . In deze e-mail is - voor zover van belang - het volgende vermeld:
Purpose of the mission
- verweerder heeft voldaan aan zijn substantiëringsplicht voor de bescheiden die hij op 12 mei 2023 op een usb-stick heeft overgelegd;
- de utb is opgelegd na afloop van de navorderingstermijn;
- het verdedigingsbeginsel is geschonden;
- verschillende soorten biodiesel gezamenlijk mochten worden opgeslagen;
- [de entrepothouder] een plasadministratie mocht voeren;
- het onderzoek van verweerder voldoende aanknopingspunten biedt voor de verweten onttrekking en of dit onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest;
- er een voorliggende douaneschuld is ontstaan;
- een douaneschuld door onttrekking is ontstaan;
- eiseres terecht op grond van artikel 203, derde lid, tweede gedachtestreepje, van het CDW is aangemerkt als schuldenaar
- het vertrouwensbeginsel is geschonden;
- het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel zijn geschonden;
- de grondslag van de utb nietig is; en
- eiseres recht heeft op integrale vergoeding van de kosten in bezwaar en de proceskosten in beroep.
Beoordeling door de rechtbank
Bij brief van 16 mei 2023 heeft verweerder op dit verzoek gereageerd. In deze reactie heeft verweerder een aanduiding gegeven welke bestanden op de usb-stick staan, waaronder ruwe bestanden uit de tankadministratie van eiseres, geautomatiseerde periodieke aangiften met in een ander bestand dezelfde bestanden met toegevoegde kolommen en draaitabellen, accijnsaangiften van eiseres met bijbehorende naheffingen/navorderingen, totaaloverzichten van alle tankmutaties in de periode 2013 tot en met 2016 met de originele bestanden die van eiseres zijn ontvangen inzake tanks waarvan de eigenaar van de biodiesel gebruik maakt en logistieke bestanden per zending. Een deel van de informatie maakte al deel uit van het dossier (waaronder de versie van 21 december 2016 van de tankmutaties en bijlage 04 van de utb). Verweerder licht daarbij toe dat met de overgelegde gegevens per zending (verweerder noemt 33 zendingen en Discovery, de rechtbank begrijpt: 30 zendingen en de Discovery) de beweging van de goederen kan worden gevolgd, waarbij bijlage 03 bij de utb (33 zendingen) in samenhang kan worden gelezen met de logistieke bescheiden per schip/lichter.
De standpunten van eiseres en verweerder sluiten bovendien aan bij de conclusie van de Commissie in de definitieve antidumpingverordening voor biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika over de onderlinge vergelijkbaarheid van de verschillende biodiesels:
Dit standpunt vindt geen steun in het recht. Zoals eiseres zelf ook stelt, is de door eiseres aangehaalde passage uit het Handboek van toepassing bij gezamenlijke opslag van minerale oliën. Biodiesel is geen minerale olie. De rechtbank volgt niet het betoog van eiseres ter zitting dat in de praktijk het verschil tussen biodiesel en minerale olie niet speelt, waardoor, zoals de rechtbank begrijpt, het beleid voor minerale oliën ook voor biodiesel zou gelden. Biodiesel is feitelijk niet hetzelfde als minerale olie (aardolie) en ook de GN maakt onderscheid tussen minerale olie en biodiesel.
Op grond van artikel 203, tweede lid, van het CDW ontstaat de douaneschuld op het tijdstip waarop de goederen aan het douanetoezicht worden onttrokken. Dit tijdstip is naar het oordeel van de rechtbank het moment waarop de onderhavige biodiesel uit het entrepot werd uitgeslagen en feitelijk in een vervoermiddel (schip, trein of vrachtwagen) werd geladen.
Voor zover uit tank T303 meer communautaire (T2) biodiesel is uitgeslagen dan zich communautaire (T2) biodiesel in die tank bevond, heeft verweerder deze biodiesel kunnen aanmerken als te zijn onttrokken.
- C: het casenummer (van de inkomende zending) van verweerder en geeft daarmee de link tussen het excelbestand en bijlage 03 en 04 bij de utb;
- D: of een mutatie T1 of T2 biodiesel betreft;
- E: het land van oorsprong;
- H: of de betrokken mutatie in de utb is opgenomen;
- AA: de cumulatie per tank, waarover verweerder heeft toegelicht dat deze kolom aangeeft hoeveel biodiesel er (fictief) in een tank zit (Theor. Stand), gebaseerd op de mutaties.
Ter onderbouwing van de wijze waarop verweerder bij de betrokken zending biodiesel tot de conclusie is gekomen dat onttrekking heeft plaatsgevonden, heeft hij in zijn verweerschrift uiteengezet welke documenten de basis vormen voor de analyse van de zending, inclusief de logistieke bescheiden van binnenbrengen en uitslag van de zendingen. Deze bescheiden heeft hij bij het verweerschrift overgelegd en deze ondersteunen dat de biodiesel van de Discovery in het vrije verkeer is gebracht zonder aangifte voor het in het vrije verkeer brengen (of andere opvolgende douaneregeling).
In opdracht van [x-groep] is de volledige scheepslading van de Ivory Ray (van 14.926.599 MT biodiesel van oorsprong uit de VS) met 8 zeeschepen verscheept als T1 product vanaf [de entrepothouder] naar andere terminals.”
(…)
De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres schuldenaar is in de zin van artikel 203, derde lid, tweede gedachtestreepje, van het CDW. De rechtbank acht het onaannemelijk dat eiseres als eigenaar van de betrokken biodiesel niet wist welke biodiesel zich op welk moment en in welke verhoudingen in tank T303 bevond. Uit het voornoemde excelbestand, correspondentie tussen eiseres en [de entrepothouder] en de eigen verklaringen van eiseres ter zitting is gebleken, dat en hoe in het entrepot van [de entrepothouder] verschillende biodiesels (waarvan eiseres de eigenaar is) werden gemengd en bewerkt, dat eiseres daar opdracht toe gaf en dat eiseres daarbij weet had van de douanestatus van de biodiesel: niet-communautaire (T1) of communautaire (T2). Eiseres had nauw contact met [de entrepothouder] over de aankomst, de opslag, het vertrek en de bestemming van de biodiesel. Eiseres heeft dus deelgenomen aan deze onttrekking van de zending biodiesel aan het douanetoezicht: zij wist of had redelijkerwijze moeten weten dat de goederen aan het douanetoezicht werden onttrokken.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de biodiesel in geding, de niet-communautaire (T1) biodiesel die als communautaire (T2) biodiesel is uitgeslagen, feitelijk niet fysiek gezamenlijk opgeslagen is geweest met de communautaire (T2) biodiesel waarmee deze niet-communautaire (T1) biodiesel van status is gewisseld. In overweging 87 heeft de rechtbank bovendien geoordeeld dat het in het Handboek Douane gepubliceerde beleid waarop eiseres zich beroept (de plasadministratie), gezien de bewoordingen ervan, niet van toepassing is op biodiesel. Er is dus geen sprake van een vergissing van verweerder. De handelingen van verweerder waarop eiseres zich beroept ter ondersteuning van haar betoog dat sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen, zien bovendien niet op actieve handelingen van verweerder. Uit de entrepotvergunning kan niet worden afgeleid dat verweerder het de vergunninghouder toestond een plasadministratie te voeren. Alleen al om deze redenen kan het beroep op het vertrouwensbeginsel, wat er ook zij van de vraag of dit een eerste boeking is of een boeking achteraf in de zin van artikel 220 van Pro het CDW, niet slagen.
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.