Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
5.De beoordeling
€ 113.000,00;
€ 400.000,00.
€ 12.484,00en
€ 22.120,00kunnen gelet op de feiten en omstandigheden worden beschouwd als overboekingen en opnames in het kader van het Trinity project, zodat ook deze bedragen hebben te gelden als door [eiser] onverschuldigd betaalde bedragen.
€ 330.000,00aan [eiser] moeten terugbetalen.
De reconventionele vordering van [gedaagde 1] c.s. tot vergoeding door [eiser] van de vertragingsschade van € 500,00 per dag vanaf 14 juni 2022, wijst de rechtbank ook af, omdat niet gebleken is dat de gestelde vertraging van de levering van het appartement door [eiser] is veroorzaakt.
€ 855.484,00aan [eiser] te betalen en [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk zullen worden veroordeeld een bedrag van
€ 22.120,00aan [eiser] te betalen. De overige vorderingen in conventie wijst de rechtbank af.