De officier van justitie heeft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend ter hoogte van €66.068,25 tegen verdachte, gebaseerd op een strafbaar feit waarvoor verdachte was gedagvaard. De zitting vond plaats op 15 augustus 2023, waarbij verdachte, haar raadsman en de officier van justitie werden gehoord.
De rechtbank constateert dat de officier van justitie bij vonnis van dezelfde datum niet-ontvankelijk is verklaard in de strafzaak tegen verdachte, waardoor er geen veroordeling is uitgesproken. Volgens artikel 36e Sr kan ontneming alleen worden opgelegd aan iemand die veroordeeld is voor een strafbaar feit. Dit wordt ondersteund door de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2009:BG4258).
Daarom verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De procedure wordt hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de ontnemingsvordering.