ECLI:NL:RBNHO:2024:11138

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
29 oktober 2024
Zaaknummer
HAA 24/2346
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 234 GemeentewetArt. 2 Verordening Parkeerbelastingen Purmerend 2023Art. 6 Verordening Parkeerbelastingen Purmerend 2023Art. 20 Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd wegens betaling aan verkeerde gemeente

Eiser kreeg op 13 december 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Purmerend omdat op dat moment geen parkeerbelasting was betaald voor het parkeren aan de [straat] in Purmerend. Eiser stelde dat hij via een parkeerapp (Parkmobile/Easypark) wel degelijk had betaald en overhandigde een uitdraai van de betaalgegevens als bewijs.

De rechtbank stelde vast dat de parkeerbelasting moet worden betaald aan de gemeente waar daadwerkelijk geparkeerd wordt. Uit de gegevens van eiser bleek dat de betaling was gedaan voor een parkeerzone in Zaandam, niet in Purmerend. De rechtbank benadrukte dat op de parkeerder een onderzoeksplicht rust om te controleren of de parkeerzone in de app overeenkomt met de daadwerkelijke parkeerlocatie.

Omdat eiser kennelijk ten onrechte aan de gemeente Zaanstad heeft betaald en niet aan Purmerend, werd de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd omdat betaling aan de verkeerde gemeente plaatsvond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/2346

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Purmerend, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser op 13 december 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd ten bedrage van € 75,40 (€ 2,50 parkeerbelasting en € 72,90 naheffingskosten).
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen deze naheffingsaanslag ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft stukken en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2024 te Haarlem. Namens verweerder is mr. [naam] verschenen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De rechtbank heeft ter zitting onderzocht of eiser behoorlijk is uitgenodigd voor deze zitting. De griffier heeft eiser bij aangetekende brief van 30 augustus 2024, gericht aan het door eiser opgegeven adres, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd ter zitting te verschijnen. Informatie van PostNL wijst uit dat deze brief op 31 augustus 2024 is bezorgd.

Overwegingen

Feiten
1. Op 13 december 2023 om 19:23 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiser (merk Seat, kenteken [# 1] ; hierna: de auto) stond geparkeerd aan de [straat] in Purmerend. Ter plaatse was op genoemde datum en genoemd tijdstip op grond van de Verordening Parkeerbelastingen Purmerend 2023 (hierna: de Verordening) parkeerbelasting verschuldigd. De parkeercontroleur heeft op bovengenoemde datum en bovengenoemd tijdstip geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was betaald. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.
Geschil
2. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
3. Eiser beantwoordt deze vraag ontkennend. Eiser stelt dat hij gewoon netjes heeft betaald met de Parkmobile/Easypark app. Eiser verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar de uitdraai van betaalgegevens van die parkeerapp die bij het bezwaarschrift is gevoegd.
4. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
Beoordeling van het geschil
5. Op grond van artikel 234, tweede lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet, bezien in samenhang met artikelen 2, onder a en 6, eerste lid, van de Verordening, wordt de parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte, onder meer door middel van het al dan niet telefonisch in werking stellen van parkeerapparatuur. Als de parkeerbelasting die op aangifte behoort te worden voldaan (de verschuldigde parkeerbelasting) niet is betaald kan deze worden nageheven (artikel 20, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).
6. De rechtbank stelt voorop dat de parkeerbelasting wordt geheven in de gemeente waarin wordt geparkeerd, door de heffingsambtenaar van de betreffende gemeente en tegen tarieven die door de gemeentelijke regelgever worden vastgesteld. De parkeerbelasting dient dan ook betaald te worden aan de gemeente waarin wordt geparkeerd.
7. Vaststaat dat eiser een naheffingsaanslag opgelegd heeft gekregen voor parkeren op de [straat] in Purmerend. Niet in geschil is dat deze straat in een zone ligt waar sprake is van betaald parkeren.
8. De rechtbank overweegt dat op de parkeerder een onderzoeksplicht rust. Het is aan eiser om te controleren of de parkeerzone waar hij parkeert overeenkomt met de parkeerzone die verschijnt in de parkeerapplicatie. Uit de door eiser overgelegde uitdraai van gegevens van de parkeerapp volgt dat op woensdag 13 december 2023 van 18:27 uur tot 20:43 uur voor de auto parkeerbelasting is voldaan in parkeerzone [# 2] . Verweerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat deze parkeerzone niet in Purmerend ligt, maar in Zaandam. De door eiser overgelegde uitdraai kan dus niet als bewijs dienen dat hij de parkeerbelasting aan de juiste gemeente heeft voldaan. Dat eiser kennelijk ten onrechte parkeerbelasting aan de gemeente Zaanstad heeft betaald en niet aan de gemeente Purmerend, komt voor zijn rekening en risico. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
9. Het beroep is ongegrond.
Proceskosten
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.J. Richters, rechter, in aanwezigheid van N.E. Joacim griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam .
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.