Eiser kocht op 14 maart 2024 een tweedehandsauto van gedaagde voor €8.200. Een dag later keerde eiser terug met de auto en stelde dat de kilometerstand onjuist was, waarna hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbond en terugbetaling eiste.
De kantonrechter stelde vast dat niet was komen vast te staan dat partijen waren overeengekomen dat de auto werd verkocht met de door eiser gestelde lagere kilometerstand. De hogere kilometerstand bleek uit de advertentie van gedaagde, de uitvoerverklaring, het APK-rapport en het onderhoudsboekje. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd dat de lagere kilometerstand onderdeel was van de overeenkomst.
Daarom was er geen non-conformiteit en was de ontbinding niet rechtsgeldig. De vorderingen van eiser werden afgewezen. Gedaagde vorderde in reconventie betaling van het resterende bedrag van €3.200,00. Eiser voerde verweer dat hij de volledige koopsom contant had betaald, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling van het restantbedrag.
Eiser werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide procedures en wettelijke rente. Het vonnis werd op 30 oktober 2024 uitgesproken door kantonrechter E. Jochem.