ECLI:NL:RBNHO:2024:11352
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft op 14 oktober 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een lopende kortgedingzaak, stellende dat er sprake is van (schijn van) partijdigheid omdat dezelfde rechter eerder een vonnis heeft gewezen in een gerelateerde procedure tussen dezelfde partijen.
De rechter heeft het wrakingsverzoek niet aanvaard en zelf een verzoek tot verschoning ingediend, dat door de verschoningskamer is afgewezen. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 24 oktober 2024, waarbij zowel verzoeker als de rechter aanwezig waren.
De wrakingskamer overweegt dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is en dat het enkel niet eens zijn met eerdere uitspraken geen grond is voor wraking. Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden die wijzen op subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechter. De enkele omstandigheid dat de rechter eerder over een geschil tussen dezelfde partijen heeft geoordeeld, is onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.
Daarom wordt het verzoek tot wraking afgewezen. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.