Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
2 augustus 2024PRO FORMA;
26 juli 2024schriftelijk te berichten over het verloop van de hulpverlening en de daaraan te verbinden gevolgen;
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over de zorg- en omgangsregeling voor een minderjarige dochter waarbij de vader sinds september 2022 geen contact meer had met zijn dochter. De vader is herhaaldelijk afspraken niet nagekomen en heeft weinig initiatief getoond om betrokken te zijn bij het leven van zijn dochter, wat zorgen bij de moeder heeft gewekt over de veiligheid van het kind bij de vader.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om de zorgregeling nog niet vast te stellen en te beginnen met begeleide omgang onder toezicht van een hulpverlener, waarbij het contact geleidelijk opgebouwd moet worden. De moeder staat primair kritisch tegenover contactherstel vanwege eerdere ervaringen van onbetrouwbaarheid van de vader, maar is bereid mee te werken aan begeleide omgang als de rechtbank dit oplegt.
De rechtbank oordeelde dat de vader eerst moet aantonen dat hij afspraken kan nakomen en intrinsiek gemotiveerd is om het in het belang van zijn dochter beter te doen. Beide ouders worden verplicht zich te melden bij een professionele hulpverleningsinstantie om te werken aan contactherstel en betere communicatie. De beslissing over de zorg- en omgangsregeling wordt pro forma aangehouden tot augustus 2024, met tussentijdse rapportage over de voortgang van de hulpverlening.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de zorg- en omgangsregeling pro forma aan tot augustus 2024 in afwachting van hulpverlening en contactherstel.