Eiseres werd door het CBR niet rijgeschikt verklaard nadat zij twee rijtesten onvoldoende had afgelegd. De politie had haar rijbewijs ingenomen na een melding waarbij zij verward was en niet goed functioneerde, mede door restverschijnselen van eerdere TIA's. Het CBR besloot haar rijbewijs ongeldig te verklaren.
Eiseres voerde aan dat een verklaring van haar ANWB rijcoach aantoonde dat zij wel rijgeschikt was en dat het CBR ten onrechte geen navraag had gedaan bij deze rijcoach. De rechtbank oordeelde dat de deskundigen die de rijtesten afnamen speciaal opgeleid zijn en dat hun rapporten zwaarder wegen dan de verklaring van de rijcoach, die onvoldoende specifiek was en niet alle beoordelingspunten behandelde.
De rechtbank vond geen aanleiding om het besluit van het CBR te vernietigen of buiten toepassing te laten, ook niet vanwege de stelling van eiseres dat de regelgeving onevenredig voor haar uitwerkt. De politiebejegening stond los van de beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.