De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 11 december 2024 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen Chevaldo Brabant B.V. en een gedaagde partij. De eisende partij werd eerder in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de eerlijkheid van bepaalde bedingen in haar algemene voorwaarden.
De rechtbank oordeelt dat de eisende partij de contractuele informatieplicht uit artikel 6:230v lid 7 BW niet heeft nageleefd. Gezien de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad wordt de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd voor 25% van de hoofdsom. Tevens worden de rente- en incassokostenbedingen als oneerlijk beoordeeld omdat deze de gedaagde partij onredelijk belasten.
De rente was hoger dan de wettelijke handelsrente op het moment van sluiten van de overeenkomst, en de incassokostenbeding bevatte een te hoog minimumbedrag en ontbrak een wettelijke termijn. De rechtbank wijst daarom een bedrag van €3.072,80 toe en veroordeelt de gedaagde tot betaling van proceskosten. De overige vordering wordt afgewezen.