De rechtbank Noord-Holland heeft op 27 november 2024 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak tussen Stichting Hart voor het Twiske en gedeputeerde staten van Noord-Holland over de natuurvergunning verleend aan Twiske Haven voor de aanleg en het gebruik van een natuurcamping in het Natura 2000-gebied Twiske.
De vergunning is verleend op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (oude versie). De rechtbank oordeelt dat het college op goede gronden heeft vastgesteld dat het project, met de getroffen maatregelen en voorschriften, geen significante negatieve effecten heeft op het Twiske als Vogelrichtlijn-gebied en de andere deelgebieden van het Natura 2000-gebied IVOT. De door de stichting aangevoerde bezwaren, waaronder over verstoring van beschermde vogelsoorten en effecten op stikstofgevoelige habitats, worden verworpen.
De rechtbank stelt vast dat de deskundige rapporten van E.C.O. Logisch, waarop het college zich baseert, voldoende onderbouwd en betrouwbaar zijn. De contra-expertise van EcoNatura biedt onvoldoende reden om aan deze rapporten te twijfelen. Ook de aan de vergunning verbonden voorschriften zijn duidelijk en handhaafbaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft en de stichting geen proceskostenvergoeding ontvangt.