Uitspraak
Datum uitspraak: 4 maart 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Bij besluit van 31 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Beverwijk het bestemmingsplan "Wijk aan Zee/Beverwijk" vastgesteld, gericht op herontwikkeling van de kern Wijk aan Zee en het nabijgelegen strand met een planperiode van 20 jaar volgens de Crisis- en herstelwet (Chw).
Diverse appellanten, waaronder bewoners nabij camping Vondeloord, Kampeervereniging Aardenburg, VVE Residence en Rondje Wijk aan Zee, stelden beroep in tegen het plan en een besluit tot vaststelling van hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder. De beroepen betroffen onder meer bezwaren tegen de toelating van kampeermiddelen nabij woningen, onduidelijkheden in bouwregels, milieuaspecten zoals stikstofdepositie op Natura 2000-gebied, de noodzaak van woningbouw en procedurele aspecten.
De Afdeling oordeelde dat het begrip kampeermiddelen in het plan niet was omschreven, maar dat aansluiting bij het normale spraakgebruik passend is. De raad had voldoende gemotiveerd dat kampeermiddelen nabij vaste huisjes nodig zijn en dat de hinder niet onaanvaardbaar is. Verder werd geoordeeld dat het planregel betreffende de bouwlagen van het hotel Zeeduin duidelijk is. De Afdeling concludeerde dat Rondje Wijk aan Zee als belanghebbende kan worden aangemerkt.
Ten aanzien van de toepassing van de Crisis- en herstelwet werd vastgesteld dat het plan correct een looptijd van 20 jaar kent en dat de raad beleidsvrijheid heeft om al dan niet gebruik te maken van de verruimde mogelijkheden van de Chw. De milieueffecten, waaronder stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat, waren passend beoordeeld, ook los van het niet langer toepasbare Programma Aanpak Stikstof (PAS). De noodzaak van woningbouw werd onderbouwd met regionale gegevens en werd niet onredelijk bevonden.
De Afdeling verwierp voorts bezwaren over draagvlak, onduidelijkheid in planregels en het besluit tot vaststelling van hogere waarden. Het beroep van Stichting Ons Witte Huis werd niet-ontvankelijk verklaard. Alle overige beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan en het besluit hogere waarden worden ongegrond verklaard, het beroep van Stichting Ons Witte Huis niet-ontvankelijk.