Verzoeker voerde gedurende acht jaar vervoersdiensten uit voor PostNL via contractuele relaties met bezorgpartners, waaronder een eenmanszaak en een arbeidsovereenkomst met een bezorgpartner. Hij stelde dat er feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst met PostNL en dat zijn ontslag onterecht was. PostNL stelde dat geen directe arbeidsovereenkomst bestond en dat de driehoeksrelatie met bezorgpartners rechtszekerheid biedt tegen een geruisloze transformatie.
De kantonrechter concludeerde dat tussen verzoeker en PostNL geen directe overeenkomst tot stand is gekomen en dat de relatie niet voldoet aan de criteria van een arbeidsovereenkomst, zoals gezagsverhouding en loonbetaling door PostNL. Verzoekers argumenten over een schijnconstructie werden verworpen, mede omdat PostNL geen rol had in de werving en verzoeker bewust als zelfstandig ondernemer handelde.
Het verzoek tot erkenning van een arbeidsovereenkomst, vernietiging van het ontslag en doorbetaling van loon werd afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van PostNL tot ontbinding hoefde niet te worden behandeld. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.