Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
11 september 2023 in Driehuis [slachtoffer 1] met een mes in de hart/borststreek heeft gestoken, als gevolg waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.
- primair: moord;
- subsidiair: gekwalificeerde doodslag;
- meer subsidiair: doodslag;
- meest subsidiair: diefstal met (bedreiging met) geweld, met de dood ten gevolge.
bijlage 1aan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat bij de beoordeling van het bewijs moet worden uitgegaan van de verklaring van de verdachte over (de toedracht van) het steekincident. Uitgaande van die verklaring, die op essentiële punten steun vindt in het dossier, kan volgens de raadsman niet worden bewezen dat de verdachte het opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Ook kan niet worden bewezen dat de verdachte het geweld heeft gepleegd met het bijkomende oogmerk om de diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad straffeloosheid of het bezit van het gestolene te verzekeren. Het gepleegde geweld staat los van de diefstal, zodat de verdachte ook moet worden vrijgesproken van het meest subsidiair ten laste gelegde feit. Enkel (eenvoudige) diefstal kan volgens de raadsman bewezen worden verklaard.
bijlage 2bij dit vonnis zijn vervat.
11 september 2023 naar de woning van het slachtoffer is gekomen. Uit de telecomgegevens in het procesdossier leidt de rechtbank in dat verband het volgende af.
(de rechtbank begrijpt: naar)binnen’ en ‘zorg a u b dat het dit keer goed zit. En dat ik op andere vakantie kan’ af dat de verdachte met een ander het plan had opgevat om een overval te plegen. De verdachte heeft daarvoor een groot mes en twee geprepareerde tie-wraps (tie-wraps die al door het slotje zijn gehaald en tot een lus zijn gevormd) meegenomen naar de woning van het slachtoffer. Eén van die tie-wraps is achtergebleven in de slaapkamer van het slachtoffer en de andere tie-wrap zat in de linker jaszak van de verdachte toen hij de woning weer verliet. De rechtbank acht in dat licht bezien de lezing van de verdachte dat hij naar de woning is gekomen voor een zakelijke afspraak waarvan het slachtoffer zou weten en er dus geen geweld aan te pas zou komen, ongeloofwaardig en schuift die verklaring terzijde.
- het slachtoffer gewoonlijk tot 13:00 uur ’s middags uitsliep;
- het slachtoffer op 11 september 2023 nog in zijn bed lag toen zijn moeder omstreeks 09:30 uur à 09:45 uur de hond ging uitlaten;
- het slachtoffer nooit verdovende middelen (hennep en hasj) aan de deur van of in zijn ouderlijk huis verkocht (proces-verbaal van verhoor getuige (map F, pagina’s 35-41));
- het slachtoffer gewoonlijk niet de voordeur zou openen in zijn onderbroek (proces-verbaal van verhoor getuige (map F, pagina’s 35-41));
- de stappenteller van de iPhone van het slachtoffer op 11 september 2023 niet eerder dan om 10:45:18 uur – op dat moment was de verdachte al ruim twee minuten in de woning aanwezig – gegevens registreerde.
hoede verdachte de voordeur heeft weten te openen.
4.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
- een (zakelijke) afspraak waarvan het slachtoffer wist;
- een situatie waarin het slachtoffer de voordeur voor de verdachte heeft geopend;
- een situatie waarin de verdachte samen met het slachtoffer al pratende over de prijzen van de wiet de trap is opgelopen naar de slaapkamer.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
Persoon van de verdachteMet betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op zijn strafblad van 26 september 2024, waaruit blijkt dat hij al eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsmisdrijven, waaronder een poging tot diefstal met geweld of afpersing. Ook liep de verdachte ten tijde van dit feit nog in een proeftijd, wat hem er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. De rechtbank weegt het strafblad in het nadeel van de verdachte mee in de straftoemeting.
Geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
7.Beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- gedenksteen € 3.620,00
i) materiële schade
- schilderkosten € 2.671,34.
i) Materiële schokschade in de vorm van gederfde inkomsten
aan de hand van de omstandigheden van het geval naar billijkheid en schattenderwijs (zal) moeten afwegen in hoeverre bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding van de immateriële schade die het gevolg is van het hiervoor bedoelde, door de hevige emotionele schok veroorzaakte geestelijk letsel, rekening wordt gehouden met die aanspraak op (vergoeding van) affectieschade’. De rechtbank merkt in dit verband op dat, los van het verdriet om het overlijden van haar zoon, voldoende is gesteld en onderbouwd dat bij de benadeelde partij geestelijk letsel is veroorzaakt door de confrontatie met (de sporen van) de gewelddadige dood van haar zoon in haar eigen woonomgeving. De vordering zal dan ook worden toegewezen.
€ 12.500,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
9.Vordering tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
12 (twaalf) jaren.
ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
€ 36.845,30(zegge: zesendertigduizend achthonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), bestaande uit € 16.845,30 als vergoeding voor de materiële schade en € 20.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 36.845,30(zegge: zesendertigduizend achthonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 48.974,84(zegge: achtenveertigduizend negenhonderdvierenzeventig euro en vierentachtig eurocent), bestaande uit € 8.974,84 als vergoeding voor de materiële schade en € 40.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 48.974,84(zegge: achtenveertigduizend negenhonderdvierenzeventig euro en vierentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 171 (honderdéénenzeventig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening aan [benadeelde 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 59 (negenenvijftig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.