Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Doel van de financieringEUR
FinancieringsopzetEUR
675.532,-
Kredietnemer
A Krediet in rekening-courant
- 26.658
- 195.492
Geschil28. In geschil is of eiser een bedrag van (maximaal) € 195.492 ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden kan brengen. Meer specifiek is in geschil of sprake is van een onzakelijke borgstelling (de Borgstelling-Bank) en of de afwaardering van de hieruit ontstane regresvordering daarom niet ten laste van het resultaat kan worden gebracht.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2018 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.397 negatief;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.762,34, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.