Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:14087

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
11382126 \ CV EXPL 24-3683
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:230o BWArt. 6:230g BWArt. 6:233 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing precontractuele informatieplicht en algemene voorwaarden in kinderopvangovereenkomst

De zaak betreft een vordering van Stichting Prokino Kinderopvang tegen een consument, waarbij de kantonrechter ambtshalve toetst of aan de precontractuele informatieplicht volgens artikel 6:230m lid 1 BW is voldaan bij een overeenkomst op afstand.

De eisende partij stelde dat zij aan deze informatieplicht had voldaan, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. Met name is niet aangetoond dat de consument duidelijk en begrijpelijk is gewezen op het wettelijke herroepingsrecht zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 sub h BW. De overeenkomst zelf bevatte deze informatie niet, en de verwijzing naar de algemene voorwaarden volstaat niet zonder expliciete aanwijzing.

De kantonrechter stelt vast dat hierdoor de herroepingstermijn is verlengd, maar omdat deze termijn inmiddels is verstreken en geen herroeping is gesteld, wordt een sanctie opgelegd door gedeeltelijke vernietiging van 10% van de hoofdsom. Daarnaast is ambtshalve getoetst of de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten; de relevante bedingen uit de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang 2016 zijn niet oneerlijk bevonden, maar de aanvullende voorwaarden zijn niet overgelegd. De eisende partij krijgt de gelegenheid deze alsnog in te dienen, waarna de zaak wordt voortgezet.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot 8 januari 2025 voor het overleggen van aanvullende voorwaarden en verdere besluitvorming.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11382126 \ CV EXPL 24-3683
Uitspraakdatum: 11 december 2024
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting Prokino Kinderopvang voorheen genaamd Stichting Prokino
te gevestigd te Diemen
de eisende partij
gemachtigde: De Best en Partners gerechtsdeurwaarders en incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats], gemeente [gemeente]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 694,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 492,40 vanaf 13 september 2024 en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft in de dagvaarding gesteld dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
2.4.
Vooropgesteld wordt dat de eisende partij haar standpunten met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten strikt genomen onvoldoende heeft onderbouwd. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier aangeven op producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren, maar tenminste door aan te geven op welke bladzijde van de productie de betreffende informatie te vinden is). Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.
2.5.
Uit de toelichting en de stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. Dit artikel bepaalt onder meer dat de consument moet worden gewezen op het wettelijk herroepingsrecht (artikel 6:230o BW). Het wettelijk herroepingsrecht houdt in dat als een consument op afstand of buiten de verkoopruimte een overeenkomst sluit, hij het recht heeft om de overeenkomst gedurende een bepaalde periode te ontbinden (ook wel herroepen genoemd). De termijn daarvoor is in principe veertien dagen. Als het gaat om het verrichten van diensten zoals hier, begint de termijn te lopen na de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten (artikel 6:230o lid 1 sub a BW).
2.6.
In de overgelegde overeenkomst is de gedaagde partij niet op het wettelijke herroepingsrecht is gewezen. De eisende partij stelt dat het herroepingsrecht is opgenomen in artikel 7 in Pro combinatie met artikel 10 lid 4 onder Pro a van de toepasselijke algemene voorwaarden [2] . Nog daargelaten dat de inhoud van deze bedingen in de algemene voorwaarden niet voldoet aan de eisen van het wettelijk herroepingsrecht als hiervoor bedoeld, is de gedaagde partij hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplichten
2.7.
Ook heeft de eisende partij nagelaten (voldoende) te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW volledig is nagekomen. Deze informatieplicht houdt kortgezegd in dat de eisende partij een bevestiging van de overeenkomst aan de consument moet verstrekken met daarin de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. De overgelegde overeenkomst kwalificeert als duurzame gegevensdrager als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder h BW, maar daarin ontbreekt informatie over het wettelijke herroepingsrecht van artikel 6:230m lid 1 onder h BW.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.8.
De schending van de precontractuele informatie over het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, echter met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomsten heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie verbinden.
2.9.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [3] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.10.
In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële (pre)contractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomsten gedeeltelijk vernietigen. Omdat alleen de (pre)contractuele informatie over het herroepingsrecht is geschonden is de kantonrechter van oordeel dat, mede gelet op de aard van de onderhavige overeenkomsten, een vernietiging van 10% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom voldoende doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig is.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.11.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van Pro de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder Pro a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
2.12.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst (i) de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (hierna: de algemene voorwaarden) en (ii) Aanvullende voorwaarden (hierna: de aanvullende voorwaarden) van toepassing zijn verklaard.
2.13.
De met de vordering verband houdende bedingen uit de algemene voorwaarden (artikel 17 en Pro artikel 16) zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.14.
De aanvullende voorwaarden zijn door de eisende partij echter niet overgelegd. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om deze voorwaarden alsnog bij akte over te leggen. Daarbij moet de eisende partij zich ook uitlaten over de (on-)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.15.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het niet overleggen van de toepasselijke algemene voorwaarden in eventuele vervolgzaken tot afwijzing van (een deel van) de vordering kan leiden.
2.16.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
8 januari 2025voor het nemen van een akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 2.14.;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016.
3.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.