ECLI:NL:RBNHO:2024:14103
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nederland mag Duits pensioen betrekken bij belasting- en premieheffing 2020
Eiser, een Nederlandse inwoner die een invaliditeitspensioen uit Duitsland ontvangt, betwistte de aanslagen inkomstenbelasting en premies van 2020 omdat hij meent dat alleen Duitsland belasting en premies over zijn Duitse pensioen mag heffen. De rechtbank stelde vast dat eiser in 2020 in Nederland woonde en dat het Duitse pensioen lager was dan de grens van €15.000, waardoor op grond van het belastingverdrag Nederland het pensioen mag belasten.
De rechtbank onderscheidde tussen belastingheffing en premieheffing en concludeerde dat eiser premieplichtig is voor de Nederlandse sociale verzekeringen vanwege zijn woonplaats. De Europese socialezekerheidsverordening verplicht Nederland in dit geval premie te heffen, en het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland sluit dubbele heffing uit, waarbij Nederland het pensioen mag belasten.
Eiser voerde aan dat eerdere instanties en regels anders bepaalden, maar de rechtbank wees dit af omdat de regelgeving sinds de jaren ’90 is gewijzigd en eiser sinds 2007 pensioengerechtigd is. De rechtbank volgde het vaste rechtspraakprincipe dat belastingwetgeving kan veranderen en dat hier geen uitzondering op geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat Nederland het Duitse pensioen terecht heeft betrokken bij de belasting- en premieheffing over 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Nederland mocht het Duitse pensioen van eiser in 2020 terecht betrekken bij de belasting- en premieheffing.