ECLI:NL:RBNHO:2024:1583
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken van onpartijdigheidsvrees
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een familierechtelijke hoofdzaak over omgang en vakantie met een minderjarige dochter. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij hem kritisch bevroeg, maar niet de wederpartij, wat volgens hem een onevenwichtige behandeling betekende.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van zowel de subjectieve als objectieve toets voor rechterlijke onpartijdigheid. Er was geen aanwijzing voor persoonlijke vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker. Ook objectief gezien was er geen sprake van feiten of omstandigheden die een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De kamer benadrukte dat het stellen van kritische vragen aan één partij niet automatisch wijst op vooringenomenheid en dat het aan de rechter is om de regie over de zitting te voeren. Bovendien was de inhoudelijke behandeling nog niet afgerond toen het wrakingsverzoek werd ingediend, waardoor verzoeker zichzelf de kans ontnam om de vermeende vrees te toetsen.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat de onpartijdigheid van de rechter niet in het geding was en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.