Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
3.Het verweer van de rechter
De beoordeling
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde, stellende dat de rechter partijdig was door zijn toonzetting en bejegening van haar advocaat tijdens de zitting van 30 november 2023.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op meerdere zittingen, waarbij ook afspraken werden gemaakt over mogelijke heropening van de hoofdzaak onder leiding van dezelfde rechter. Verzoeker stemde hiermee in uit vrees voor onwelwillendheid, maar handhaafde het wrakingsverzoek.
De kamer beoordeelde de tijdigheid van het verzoek als toereikend en oordeelde dat het feit dat verzoeker instemde met heropening niet betekent dat hij zijn bezwaar heeft prijsgegeven. De kritische bevraging van de advocaat was gerechtvaardigd gezien gewijzigde standpunten en maakte geen deel uit van partijdigheid.
Ook het beginsel van hoor en wederhoor werd niet geschonden, omdat de advocaat van verzoeker voldoende gelegenheid had om haar betoog te voeren. De kortere vonnistermijn werd verklaard door vermeende spoedeisendheid en duidt niet op vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzingen voor onpartijdigheid opleveren en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.