In deze zaak is op 14 november 2023 beslag gelegd op diverse goederen van de klager naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Belgische autoriteiten in een strafrechtelijk onderzoek naar oplichting, witwassen en computervredebreuk. De goederen zijn op 6 december 2023 overgedragen aan de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen.
De klager heeft op 30 november 2023 een klaagschrift ingediend tegen het beslag. De rechtbank heeft op 14 februari 2024 het klaagschrift behandeld en de klager, zijn advocaat en de officier van justitie gehoord. De kern van het beklag betreft de teruggave van diverse digitale apparaten, luxe goederen en betaalmiddelen waarvan de klager stelt dat hij eigenaar is en dat het beslag onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de kennisgeving over het beklagrecht aan de klager is uitgereikt, waardoor het klaagschrift tijdig is ingediend en de klager ontvankelijk is. De inhoudelijke toetsing is marginaal en beperkt zich tot de rechtmatigheid van het beslag en de naleving van formele vereisten. De rechtbank stelt vast dat het EOB rechtmatig is erkend en uitgevoerd, dat het beslag betrekking heeft op bewijsmateriaal binnen het EOB en dat er een voortdurend belang van strafvordering bestaat. Daarom wordt het beklag ongegrond verklaard.