ECLI:NL:RBNHO:2024:2245
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op proceskostenvergoeding bij foutief vastgesteld inkomen zorgtoeslag
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn zorgtoeslag over 2019 en 2020, omdat het gebruikte inkomen volgens hem onjuist was vastgesteld. Verweerder, de Dienst Toeslagen, had de zorgtoeslag aanvankelijk op nihil vastgesteld op basis van een te hoog geschat inkomen uit de Basisregistratie Inkomen (BRI). Na bezwaar heeft de inspecteur het inkomen gecorrigeerd en verweerder de toeslag aangepast.
Eiser vorderde een proceskostenvergoeding wegens aan verweerder toe te rekenen onrechtmatigheid. De rechtbank oordeelt dat verweerder wettelijk verplicht is het inkomensgegeven uit de BRI te volgen en niet verantwoordelijk is voor de juistheid daarvan. De fout lag bij de inspecteur van de Belastingdienst, niet bij verweerder.
Hoewel de bezwaarfase lang duurde en verweerder en inspecteur naar elkaar wezen voor de beslissing over proceskostenvergoeding, is dat volgens de rechtbank geen grond voor vergoeding. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak benadrukt de complexe wettelijke systematiek waarbij verschillende bestuursorganen betrokken zijn en bevestigt dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid van inkomensgegevens bij de inspecteur ligt, niet bij de Dienst Toeslagen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.