Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres is eigenaar van een rijwoning uit 1992 en betwist de voor het kalenderjaar 2022 vastgestelde WOZ-waarde van € 639.000. Zij stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van € 592.000. Verweerder heeft een waarderapport en matrix overgelegd waarin de waarde van € 639.000 wordt onderbouwd aan de hand van verkoopprijzen van drie vergelijkingsobjecten, die qua type, bouwjaar en ligging vergelijkbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten geschikt zijn en dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die een lagere waardering rechtvaardigen. Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de woningen niet identiek zijn; verschillen in oppervlakte en kenmerken zoals erkers zijn niet verwaarloosbaar.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 639.000 wordt ongegrond verklaard.