ECLI:NL:HR:2005:AT8942
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing meerderheidsregel bij WOZ-waardering van identieke woningen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van zijn woning, vastgesteld op ƒ 262.999 (€ 119.344) voor de periode 2001-2004. Het hoofd van de afdeling Onroerende Zaken en Belastingen van de gemeente Velsen handhaafde de beschikking, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het hoofd en verlaagde de waarde tot ƒ 205.000 (€ 93.025).
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de meerderheidsregel in WOZ-zaken uitsluitend geldt voor identieke woningen, niet voor alleen vergelijkbare. De relevante groep voor de toepassing van deze regel bestaat uit objecten die zodanig identiek zijn dat verschillen verwaarloosbaar zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat de woning van belanghebbende deel uitmaakt van een rijtje van vijf identieke woningen, waarvan drie ten onrechte lager waren gewaardeerd. Er waren geen andere identieke woningen binnen de gemeente die correct gewaardeerd waren. Hierdoor was het beroep op de meerderheidsregel terecht en werd het beroep van het college ongegrond verklaard.
De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op en bepaalde dat het college griffierecht van € 414 moest betalen. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van de meerderheidsregel binnen de WOZ-waardering en benadrukt het belang van identieke referentieobjecten binnen de gemeentegrenzen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college werd ongegrond verklaard en de lagere WOZ-waarde van de woning bevestigd.