ECLI:NL:RBNHO:2024:3049

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 maart 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
10562877
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis na kennelijke rekenfout in betalingsveroordeling VVE tegen gedaagde

In deze civiele bodemzaak tussen de Vereniging van Eigenaars (VVE) en gedaagde heeft de rechtbank Noord-Holland op verzoek van de VVE een herstelvonnis gewezen. De VVE verzocht om correctie van het vonnis van 24 januari 2024, waarin een kennelijke rekenfout was geslopen in het te betalen bedrag.

De rechtbank stelde vast dat het bedrag van €111,36 onjuist was en corrigeerde dit naar €126,91. Gedaagde kreeg de gelegenheid om op het verzoek te reageren, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de fout eenvoudig te herstellen was en wees het verzoek toe.

Het herstelvonnis bepaalt dat het gewijzigde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 juni 2024, door gedaagde aan de VVE moet worden betaald. Tevens is bepaald dat deze wijziging wordt opgenomen in de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat partijen de ontvangen vonnissen aan de griffie retourneren.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.

Uitkomst: Het te betalen bedrag door gedaagde aan de VVE is gecorrigeerd van €111,36 naar €126,91, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 juni 2024.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10562877 \ CV EXPL 23-3771
Uitspraakdatum: 27 maart 2024
Herstelvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[vve],
gevestigd te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: de VVE,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van 2 februari 2024 is namens de VVE verzocht om verbetering van het op 24 januari 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat het in het dictum onder 5.1 vermelde bedrag van “€ 111,36” wordt gewijzigd in “€ 126,91”.
1.2.
De rechtbank heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. [gedaagde] heeft niet op dit verzoek gereageerd.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 24 januari 2024 sprake is van een kennelijke (reken)fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

3.De rechtbank

3.1.
bepaalt dat 5.1 van het op 24 januari 2024 tussen de VVE en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] om aan de VVE te betalen een bedrag van € 111,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 7 juni 2024 tot de dag van volledige betaling,”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] om aan de VVE te betalen een bedrag van € 126,91, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 7 juni 2024 tot de dag van volledige betaling,”
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 27 maart 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 24 januari 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 24 januari 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.