ECLI:NL:RBNHO:2024:3331
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen wegens ontbreken ernstige ontwikkelingsbedreiging
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens zorgen over de veiligheid en ontwikkeling, onder meer door het ontbreken van contact met de vader sinds september 2022. De moeder verzorgt de minderjarige, die een chromosoomafwijking heeft en een intensief medisch traject heeft doorlopen. De moeder heeft zich bereid verklaard vrijwillig mee te werken aan hulpverlening en een omgangsregeling.
De vader steunt het verzoek en ziet een ondertoezichtstelling als enige manier om het contact veilig te herstellen, terwijl de moeder het verzoek afwijst en stelt dat er geen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De gezinsvoogd (GI) adviseert vrijwillige hulpverlening en ziet geen meerwaarde in een ondertoezichtstelling op dit moment.
De kinderrechter oordeelt dat het ontbreken van omgang alleen onvoldoende is om een ernstige ontwikkelingsbedreiging aan te nemen. Het gaat goed met de minderjarige dankzij de zorg van de moeder. Vrijwillige hulp is nog nauwelijks geprobeerd en moet eerst worden ingezet. De rechtbank wijst het verzoek af en veroordeelt de Raad niet in de proceskosten, omdat het verzoek niet onnodig of oneigenlijk is gedaan.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is vastgesteld.