Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijf]
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij heeft algemene voorwaarden overgelegd met een beding over buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of dit beding oneerlijk is. Uit het tussenvonnis en de akten blijkt dat de eisende partij eerst een veertiendagenbrief stuurde voordat incassokosten werden gevorderd.
De kantonrechter oordeelt echter dat de tekst van artikel 14 van Pro de algemene voorwaarden onvoldoende aansluit bij de wettelijke bepalingen in artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Het beding vermeldt niet dat eerst een kosteloze veertiendagenbrief moet worden gestuurd en bevat een combinatie van een minimumtarief en een percentage van de hoofdsom, waardoor hogere kosten kunnen worden gevorderd dan wettelijk toegestaan.
Daarom wordt het vermoeden van onredelijk bezwarendheid niet weerlegd en wordt het beding vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De wettelijke rente over het openstaande bedrag wordt wel toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag, de wettelijke rente en proceskosten, waarbij de kosten van de akten voor rekening van de eisende partij blijven.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.M. Kruithof en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.
Uitkomst: Het onredelijk bezwarende beding over buitengerechtelijke incassokosten wordt vernietigd en deze kosten worden afgewezen, terwijl het openstaande bedrag met wettelijke rente en proceskosten worden toegewezen.