De werknemer trad in juli 2016 in dienst als reinigingsmedewerker. Na een verlofperiode in juni-juli 2023 keerde hij niet op tijd terug en verscheen pas in november 2023 weer op het werk, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Ondanks meerdere oproepen en waarschuwingen verscheen hij in december 2023 herhaaldelijk niet op het werk, waarna de werkgever hem op staande voet ontsloeg wegens herhaaldelijke werkweigering.
De werknemer verzocht vernietiging van het ontslag, stellende dat hij het ontslag en de waarschuwingen niet had ontvangen vanwege zijn chaotische privésituatie en dakloosheid, en dat de dringende reden ontbrak. De werkgever voerde aan dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven en dat de werknemer verantwoordelijk was voor zijn bereikbaarheid.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven, ook al had de werknemer het ontslag pas later ontvangen, omdat de werkgever voldoende pogingen had gedaan om contact te leggen. De dringende reden was aanwezig vanwege de herhaaldelijke werkweigering. Persoonlijke omstandigheden van de werknemer werden meegewogen, maar konden het ontslag niet verhinderen.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag werd afgewezen en ook de overige vorderingen van de werknemer werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst hoefde niet te worden beoordeeld.