Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
Ten overvloede
6.De beslissing
€ 136,71 wegens dagvaardingskosten,
Rechtbank Noord-Holland
De huurder huurt sinds 1 juli 2022 een woning voor twee jaar en is sinds september 2023 in gebreke met huurbetalingen. De huurachterstand bedraagt € 10.244,00 tot en met maart 2024, met ook geen betaling voor april 2024. De verhuurder vordert ontruiming en betaling van de achterstallige huur in kort geding.
De huurder erkent de achterstand en wijst op financiële problemen door werkloosheid en een afwijzing van een Bbz-uitkering. Hij verwacht een regeling via schuldhulpverlening en heeft recent werk gevonden. De kantonrechter stelt dat de huurder zijn verweren onvoldoende heeft onderbouwd met bewijs en dat de verhuurder al ruime kansen heeft geboden.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig is en dat met grote waarschijnlijkheid in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen. Daarom wordt de ontruiming binnen veertien dagen bevolen, met betaling van de achterstallige huur en lopende termijnen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van aanmaning. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en lopende huurtermijnen.